Hoe stil zijn?
Véél urgenter en véél interessanter zijn onze gedachten, dan de sensaties van onze ademhaling of het gezoem van de koelkast. Maar kunnen we niet gewoon daarmee zijn, als dat is wat er is?
Onze gedachten weten altijd wel iets bijzonders te bedenken, daarom boeien onze gedachten ons, en vraagt beoefening om toewijding. We moeten leren dat dat saaie gezoem van de koelkast ons bevrijden kan. En dat onze geest verslaafd is aan haar eindeloze stroom 'bijzonderheden'.
Kalmte hoeft niet
Iemand die altijd kalmte weet te bewaren noemen we bijzonder.
Stiltekaars gaat daar niet om of over. We hebben het hier over de kalmte van kijken naar wat er direct aanwezig is. Zolang we kijken zijn we kalm genoeg.
Valkuilen
Meditatie zelf laat zich uitstekend lenen voor het vermijden of onderdrukken van (onverwerkte) emoties. Dit wordt 'spirituele vermijding' genoemd.
Die zogenaamde zelfbeheersing vervolgens opvatten als bewijs van 'vordering' is een aanpalend risico. Het ego groeit mee met de beoefening, de beoefening wordt ego.
Stil zijn omvat álle gemoedstoestanden. De vaardigheid zit niet in de beheersing, maar in het ondergaan. We kunnen van binnen rustig toekijken terwijl iets of iemand ons tot waanzin drijft. De ene hersenhelft ziet de andere koken. Ons spiritueel ego smelt als sneeuw voor de zon. Pijnlijk. Is de beoefening voor niets geweest? Haken we af, of blijven we kijken?
Kalmte weet niet
Een prachtig stukje methodiek is het identificeren van de 'dichtstbijzijnde noodzakelijke voorwaarde'. Voor geestelijk leed, wel te verstaan. En die voorwaarde vervolgens te veranderen door deze simpelweg gewaar te blijven. 'Transformatie door observatie', chique gezegd.
De dichtstbijzijnde noodzakelijke voorwaarde voor gepieker is de overtuiging dat méér denken helpt, of niet te stoppen is. Die aanname kunnen we onderzoeken. Ophouden speelbal te zijn van gedachten, is beginnen het spel te zien, en vice versa.
Onze ademhaling of het gezoem van de koelkast biedt ons een lijn uit onze gedachtengang. We hóeven de gedachtgang niet uit te dagen, analyseren of onderdrukken. Dít denken we, nu, en zó voelen we ons daarbij. Zó voelt het om gefrustreerd te zijn, of vol verlangen, of wat dan ook.
Onze koelkast trekt zich daar niets van aan. Die weet van niets.
Niets bijzonders